Marja Brouwers
»Marja
Brouwers schreef haar eerste boek toen ze twintig was. Ze studeerde
piano aan het Haagse conservatorium. In de spaarzame tijd die overbleef
las ze zoveel ze maar kon, al was haar belangstelling voor literatuur
nog tamelijk ongericht. 'Ik kocht mijn boeken op de boekenmarkt achter
de Passage in Den Haag, daar waren ze voor mij betaalbaar, ik had in
die tijd weinig geld.' Hadden de lessen literatuur op de middelbare
school al een literaire belangstelling gewekt? Ze herinnert zich een
leraar Engels voor wie ze respect had en die haar enthousiast maakte
voor Shakespeare en Dickens. Maar verder, nee. In vijf jaar
middelbareschooltijd heb ik op drie verschillende scholen gezeten,
waarvan drie jaar intern op een kloosterschool. Daarvan staan me vooral
nog de straffen bij. Ik stak mijn tijd en energie vooral in pogingen
tot weglopen; om dan daarnaast boeken te lezen, daar stond mijn hoofd
niet naar. In het kamertje waar ik piano studeerde stonden boekenkasten
vol heiligenlevens en andere nonnenliteratuur, die zijn natuurlijk ook
niet geschikt om een literaire belangstelling aan te wakkeren. De
braafheid droop ervan af; ze zijn nog erger dan de Margriet of
Libelle.'
Op de Haagse boekenmarkt kocht Brouwers op een dag De wingerdrank van
Bordewijk ('omdat ik niet wist dat hij naast Bint nog iets had
geschreven') en Absalom, Absalom! ('Voor maar twee kwartjes, een
Penguin-pocket').
Het waren deze twee boeken, vertelt Brouwers, die als model dienden
voor haar allereerste, niet-gepubliceerde roman. Direct erna: 'Het
resultaat was prut, en geen wonder. Ik had gewoon te weinig gelezen om
zelf iets goeds te kunnen maken. Ik weet niet eens meer waarom ik eraan
begon. Misschien omdat ik inzag dat het me aan discipline ontbrak om
een echt goede pianist te worden.'«
(bron: onbekend - ws een artikel in Vrij Nederland)